home    corporate website    site map    contact  
 
 
 
  meettechniek    toepassingen    kwaliteit    downloads    referenties    voorbeeld projecten    
 
Home
 
toepassingen

Drijflagen

Achtergronden
Het goed meten van de dikte van drijflagen is omslachtig, de theorie achter het gedrag van een twee vloeistoffen is complex en het evenwicht speelt zich af in een dynamische omgeving. Enige praktische en theoretische achtergronden van het meten van drijflagen worden weergegeven in CMA/1/A.2 - Monsterneming Grondwater
Diepere achtergronden, en rekenmodellen zijn te vinden in de API Interactive LNAPL Guide.
The API Interactive LNAPL Guide is an easy-to-use electronic information system to provide better understanding and tools in evaluating LNAPL mobility

Drijflagen drijven op het grondwater. De grondwaterspiegel is constant in beweging:

  • Regionaal door stijging en daling onder invloed van druk in de aquifer. Bij snellere stijging en daling zal versmering optreden, waardoor de dikte van de drijflaag afneemt, of de echte drijflaag zelfs geheel verdwijnt. Na verloop van tijd herstelt de drijflaag zich.
  • Lokaal door neerslag en verdamping. Neerslag infiltreert niet als een egaal front, maar via concrete preferente paden. Op plaatsen van infiltratie wordt de drijflaag tijdelijk verdrongen, elders kan deze zich dus ophopen of versmeren.
Dus zelfs als een precieze meting aan een drijflaag wordt verricht kan na een dagje regen, of een droge periode de meting weer opnieuw worden verricht. Het dynamische karakter van drijflagen wordt vaak onderschat.

MIP en ROST™ sonderingen kunnen helpen in het detecteren van drijflagen en het verkrijgen van een inschatting van de potentiële drijflaag dikte. In bepaalde gevallen kunnen milieusonderingen de aangewezen methode zijn om efficiënt de noodzakelijke informatie voor een bodemsanerings operatie te verzamelen.

ZINKLAGEN
De problematiek rond zinklagen is nog complexer dan die rond drijflagen. De omgeving is veel minder dynamisch, maar er is geen eenduidige methode die tot een goed inzicht leidt. Vergelijkbaar met het opsporen van ertsen komt het onderzoek neer op enerzijds een zo goed mogelijk begrip van de geologie en het gedrag van de stof in die omgeving ( een conceptueel model) en anderzijds de keuze van de juiste techniek om dit model te verifiëren. Aanwijzingen dat er mogelijk sprake is van zinklagen kunnen zijn:

  • De hoeveelheid gemorst product die potentieel een zinklaag kan vormen
  • Gemeten concentraties (oververzadiging) in de bodem, verkregen uit grondmonsters en grondwater monsters.
  • De bodemopbouw en het onderscheid tussen meer en minder doorlatende lagen.
  • Grondwaterniveau en grondwaterstroming.
  • De stofeigenschappen van het gemorst product zoals oplosbaarheid, viscositeit, hydrofobie, eventuele afbraak reacties, etc.

Er zijn, met name in de USA, door EPA geïnitieerde vergelijkende onderzoeken uitgevoerd naar onderzoeksmethoden van zinklagen. De conclusies, of "Overwegingen van belang" (Important Considerations) zijn:

  • Er zijn veel hulpmiddelen beschikbaar voor onderzoek naar DNAPL.
  • Elke onderzoekslocatie is uniek en er is geen standaard protocol benadering mogelijk.
  • Zelfs met alle technologische hulpmiddelen is detectie van DNAPL moeilijk.
  • Bij onderzoek naar DNAPL begin met het gebruik van niet, of minimaal indringende technieken.
Het komt dus volledig op de deskundigheid van de onderzoeker (en het budget) aan of zinklagen worden opgespoord en worden gekwantificeerd.

Sonderingen geven een snel en goed inzicht in de bodemopbouw. Sonderingen, met MIP, ROST, LIF, geleidbaarheids conus, afhankelijk van het product in de bodem, kunnen een grote bijdrage leveren bij het beter begrip van de aanwezigheid en hoeveelheid drijflaag in de bodem bij onder andere verontreiniging met gechloreerde koolwaterstoffen, olie en teer producten. Sonderingen kunnen eventueel afsluitende lagen perforeren. Er zijn technieken om deze schade onmiddellijk te herstellen.

Fugro, als internationaal bodem onderzoek er heeft de expertise in huis om een goede afweging te maken ten aanzien van de te gebruiken technieken bij onderzoek naar drijf en zinklagen.

Referenties
http://www.ert2.org DNAPL Detection and Characterization Tool Ver1.2 10/06/06. Mark L. Kram, Arturo A. Keller, Joseph Rossabi, and Lorne G. Everett, DNAPL Characterization Methods and Approaches, Part 1: Performance Comparisons FALL 2001 GWMR 109 Mark L. Kram, Arturo A. Keller, Joseph Rossabi, and Lorne G. Everett DNAPL Characterization Methods and Approaches, Part 2: Cost Comparisons WINTER 2002 GWMR 40
http://www.dnapl.group.shef.ac.uk API Interactive LNAPL Guide, Version 2.0. Prepared for: The American Petroleum Institute's Soil and Groundwater Technical Task Force. Developed by: Environmental Systems & Technologies (A Division of Groundwater & Environmental Services, Inc.) Blacksburg, Virginia. Aqui-Ver, Inc. Park City, Utah. August 2004

  go back to top of the page  

 
Home   |   Disclaimer   |   Fugro © 2012.   |   All rights reserved.